|

|
 |
Word als de kinderen |
Op een dag liep Jezus met Zijn discipelen door
Galilea. Hij liep voorop, en hoorde achter Hem de discipelen met elkaar
praatten: 'Wie van hun zou het belangrijkste plekje in Gods Koninkrijk
krijgen?', vroegen ze elkaar.. Eigenlijk vonden ze zichzelf best
belangrijk nu ze discipelen van Jezus waren. En iedereen had wel een
belangrijke functie in het volgen van Jezus. Maar terwijl zij daar met
elkaar over spraken, begon Jezus over iets heel anders. Hij vertelde dat
de Zoon van God door slechte mensen zou worden meegenomen. En dat deze
mensen hem zouden doden. Maar Hij vertelde ook dat de Zoon, na drie
dagen op zou staan. En weer levend zou worden. De discipelen keken
elkaar aan. Wat bedoelde Hij daar nou mee?.. Hij had hier al wel vaker
over gesproken. Wie was de Mensenzoon, en waarom moest hij sterven, en
hoe kon iemand nou uit de dood opstaan?.. De discipelen snapten niet wat
Hij bedoelde, (want ze hadden de Heilige Geest nog niet ontvangen) en
niemand van hen durfde Jezus ernaar te vragen...
Later op de dag kwamen
ze aan in Kafarnaum. Toen ze daar met z'n allen in een huis waren, vroeg
Jezus hen: Waar hadden jullie het onderweg met elkaar over? En de
discipelen schaamden zich, en keken elkaar aan. Niemand durfde toe te
geven dat het ging om het belangrijkste plekje in Gods Koninkrijk. En
Jezus ging zitten, want Hij zou iets belangrijks vertellen. Hij riep de
discipelen bij zich. Jezus zei: 'Wie het belangrijkste wil zijn, moet de
minste van iedereen zijn, en hij staat niet boven andere mensen.'
In het
huis waar ze zaten waren wat kinderen, en Jezus, tilde een kind op en
zette haar in het midden van de discipelenkring. Jezus hield van
kinderen, en Hij sloeg Zijn arm om haar heen. En Jezus zei tegen de
discipelen: 'Wie de kleinste van jullie is, zal de grootste zijn in Gods
Koninkrijk'. Het kind wist niet waar Jezus het over had, maar ze voelde
zich veilig, zo in Jezus' armen. Maar God sprak de discipelen ook heel
streng toe: 'Niemand zal 1 van deze kinderen die in God geloven
verleiden tot zonde. Want het zou voor hem beter geweest zijn, dat hij
zou verdrinken in de diepte van de zee'. Dat waren strenge woorden van
Jezus!
En Jezus sprak nog meer tegen de discipelen: 'Wie in Mijn naam
zo'n kind ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt niet
Mij, maar Diegene die Mij gezonden heeft' . Dat zijn best moeilijke
woorden. Het betekend ongeveer: 'Wie in Jezus' naam van dit kind houdt,
houdt van Mij, en wie van Mij houdt, houdt van God de Vader (want die
had Zijn Zoon naar de aarde gestuurd). En als je van iemand houd, dan
wil je dat laten zien in je leven. Dan wil je de ander vergeven wat hij
of zij fout heeft gedaan. En door de liefde van God, die je mag krijgen
door de Heilige Geest, kán je ook vergeven.
Probeer niet méer te zijn
dan iemand anders. Maar houd van elkaar, zoals Jezus van ons houd,
ondanks al onze fouten. En als je zo, net als Jezus wil leven, zal God
voor jou een speciaal plaatsje maken in Gods Koninkrijk.
Dat is niet
altijd makkelijk, want andere mensen kunnen je soms ook heel erg pijn
doen. Net zoals de mensen, Jezus heel erg pijn hebben gedaan door hem te
doden, aan het kruis. Zelfs ondanks dat, wil God ons vergeven, als wij
erom vragen. Zouden wij andere mensen dan niet vergeven?
Nadat Jezus de discipelen toegesproken had kwam Petrus, 1 van de discipelen, naar voren. Hij vroeg:
'Heer, als iemand kwaad tegen mij doet, hoe vaak moet ik hem dan
vergeven?.. Tot zeven keer?! (Dat was al best veel, dacht Petrus. Zeven
keer iemand dezelfde fout vergeven..) Maar Jezus antwoordde toen: Niet 7
keer, maar 70 keer 7 keer! Daarmee bedoelde Hij elke keer weer! Dat kan
heel moeilijk zijn, daarom vertelde Jezus een gelijkenis (verhaal om het
duidelijker te maken).
Lees daarvoor
'zeventig maal zeven maal'
(Bron: de Bijbel/ Evangeliën)
ACI-Kids
© is een onderdeel
van ACI-web
© |
|