bullet De gelijkenis van de tollenaar en de farizeeŽr

Even kort uitleg:

Een tollenaar was iemand die geldzaken regelde (en die daar vaak beter van werd).
Een farizeeŽr was iemand die de bijbel heel goed kende, en precies volgens de regels leefde.

De gelijkenis:

Er waren eens twee mannen die naar de tempel gingen om te bidden. De ene man was een farizeeŽr, en de andere man was een tollenaar. De farizeeŽr liep trots de tempel binnen want hij vond zichzelf er goed. Als de mensen een gedeelte van hun geld aan de tempel (soort kerk) gaven, gaf hij het dubbele. Mensen vonden hem vroom en keken tegen hem op. Hij vond zichzelf ook veel beter dan andere mensen, en toen hij de tempel binnen liep zag hij de tollenaar verlegen en onopvallend naar binnen lopen. ' Wat doet dŪe man in Gods huisí, dacht de farizeeŽr. 'Dacht hij nou echt dat God hťm daar wilde zien?' De farizeeŽr liep hem met een trotse afkeurende houding voorbij en liep tot vlak voor het heilige (waar alleen de hogepriester mocht komen). Met zijn handen in de lucht begon hij zijn gebed tot God: 'Dank u dat ik niet zo ben als de andere mensen, de dieven, de moordenaars, de leugenaars en...', hij stopte even en keek over zijn schouder.. 'of als dŪe tollenaar' voegde hij erbij. 'Ik vast twee keer per week, ik geef veel meer dan andere mensen, ik....'

Achter in de tempel, in een donkere hoek, stond de tollenaar. Met zijn hoofd gebogen stond hij hopeloos alleen. 'Ik ben het slechtste van alle mensen' dacht hij. Hij kon wel huilen. Toen werd het hem te veel en barste in tranen uit: 'O God, wees mij, zondaar, genadig!' En ineens voelde hij zich heel rustig worden, alsof iemand de zware last van zijn schouders tilde. Een heel rustig gevoel stroomde door hem heen. Het was de genade van God, waar hij net om had gesmeekt! God had hem zijn zonden vergeven, en met een intense blijdschap liep hij de tempel uit. De farizeeŽr liep ook de tempel uit, nog net zo vroom als dat hij naar binnen was gelopen. Hij had God niets gevraagd, en daarom ook niets van Hem gekregen. Hij was nog dezelfde trotse man, die het ware geluk niet kende..

Dit verhaal vertelde Jezus aan mensen die zichzelf heel goed vonden en neerkeken op andere mensen, net als de farizeeŽr. Jezus waarschuwde de mensen dat God hun alleen genade kon geven als ze nederig tot Hem kwamen, zoals de tollenaar. Dit zei Jezus tegen de grote mensen van het volk, maar geld voor Šlle mensen, en ook voor de kinderen. Soms denk je wel eens, dat je beter bent, of dat je er leuker uit ziet dan de ander. Dat je betere cijfers haalt dan andere kinderen uit je klas. Maar je moet goed onthouden dat je dat allemaal van God de Vader gekregen hebt. Niemand is beter dan de andere, we zijn allemaal zondige mensen. Kijk daarom niet op andere mensen neer.

'Want', zei Jezus, 'wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernederd zal verhoogd worden'. Dat wil zeggen: Wie zichzelf heel goed vind is in Gods ogen niets, en wie zichzelf zondig en zwak vind, wordt verhoogd tot kind van God.

Gedraag jij je als kind van God?

Klik hier voor de kleurplaat die bij dit verhaal hoort
(En vergeet hem niet op te sturen naar
ACI-KIDS! )

(Bron: Groot vertelboek voor de bijbelse geschiedenis NT - A. de Vries)

 

ACI-Kids © is een onderdeel van ACI-web ©