bullet De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan

Terwijl Jezus aan het spreken was kwam er een wetgeleerde naar voren. De wetgeleerde was jaloers op Jezus. Een hele grote groep mensen volgden hem.' Hij dacht zeker dat Hij God was?!' , dacht de schriftgeleerde. 'Ik zal Hem eens een vraag stellen, waar hij vast geen antwoord op heeft'. Hij vroeg: 'Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?' Jezus wist dat hij Hem op de proef stelde, en antwoordde: 'Wat staat er in Bijbel geschreven?' Dat wist de schriftgeleerde wel, want hij kon de Bijbel uit zijn hoofd. Zonder twijfel antwoordde hij: 'Heb de Here uw God lief, met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met al uw kracht. En heb uw naaste lief als uzelf'. Zonder dat de schriftgeleerde het zelf doorhad, had hij het antwoord al gegeven. Jezus zei tegen hem: 'Dat is het juiste antwoord. Doe dat en je zult leven'. En Jezus richtte zich weer tot het volk. Daar stond de trotse schriftgeleerde. Eerst zo trots en voornaam, en nu zo verlegen en beschaamd. Maar hij wou niet dom overkomen en deed snel nóg en vraag: 'Wie is mijn naaste?'. Jezus richtte zich weer tot de schriftgeleerde en begon een verhaal te vertellen:

'Er was eens een man, die van Jeruzalem naar Jericho reisde. Hij ging over een eenzame weg langs grote bergen en rotsen. Plotseling kwamen er rovers achter de rotsen vandaan. Ze mishandelden de man, sloegen hem, en alles wat hij had namen ze mee. Zo bleef hij zwaar gewond op de weg liggen. De arme man kon niet meer overeind komen. Alles deed hem zeer, en de open wonden deden pijn door de brandende zon. Wie zou hem kunnen redden? Maar wie kwam daar aan? En priester! Een dienaar van Gods huis. Als iemand hem zou helpen zou hij dat wel zijn. En met een gevoel van geluk zag de arme man hem dichterbij komen. Maar de priester zag hem liggen en keek angstig om zich heen. Zouden de rovers nog in de buurt zijn? Hij vergat de man en hij liep met een grote boog om de man heen. Stel je voor dat ze hem zagen, dan lag hij er straks ook zo. Snel liep de priester door. De man begon zijn hoop te verliezen. De weg was eenzaam en zijn wonden deden pijn. Hij probeerde zijn hoofd voorzichtig op te tillen. Maar wat zag hij nu.. Kwam daar weer iemand aan? Ja, hij zag het goed! Het was een leviet. Ook een dienaar van God die net als de priester ook in de tempel werkte. Hij zou tóch nog gered worden. Maar wat gebeurde er? De leviet liep, net als de priester ook met een grote boog om de mishandelde man heen. Ook hij zag het gevaar dat op de loer lag, en al snel was ook hij verdwenen. Toen verloor de man al zijn moed. Wie zou hem nu nog redden, als de priester en de leviet hem al lieten liggen?.. En tot overmaat van ramp kwam er ook nog een Samaritaan aan. De mensen uit Samaria waren vijanden van de joden. Hij zou om de man lachen en hem zeker laten liggen in zijn pijn. De man legde z'n hoofd in het zand. Het was te laat, niemand zou hem meer redden. Maar een zachte hand betaste zijn hoofd. Het was de Samaritaan. Hij had medelijden gekregen toen hij de arme man zo mishandeld had zien liggen. Hij was bij hem neer geknield, bekeek de wonden en maakte ze schoon. Hij deed er olie op zodat de man niet zoveel pijn zou hebben. De arme man keek dankbaar naar de Samaritaan die zijn wonden waste. Voorzichtig tilde hij de gewonde man uit het zand en legde hem op zijn ezeltje. Hij bracht hem naar een huis, en verzorgde daar de man. De volgende morgen moest hij wel verder, maar gaf geld aan de eigenaar van het huis, zodat hij de man kon verzorgen. 'Als u meer geld nodig heeft, krijgt u het van mij terug', zei de Samaritaan'.

Toen Jezus uitgesproken was, vroeg hij de schriftgeleerde: 'Wie van de drie denkt u dat uw naaste is? De priester, de leviet of de Samaritaan? En de schriftgeleerde antwoordde: ' De man die medelijden met hem had'. Jezus knikte, en zei: 'Doe net als deze man'.

Wie is jouw naaste?

Wees dus niet alleen lief voor mensen waar je van houd, maar wees lief tegen iedereen. Zo kunnen mensen ook aan jou zien dat je een kind van God bent. Denk niet als mensen je nodig hebben: 'Oh die, nou die doet ook nooit wat voor mij' , of: 'dat klasgenootje pest mij altijd, moet ik hém nu helpen?' Laat de liefde voorop staan zoals bij de Samaritaan. Dat is vaak heel moeilijk. Want dan maak je je klein. Maar dat is wel precies wat God van jou en mij vraagt. Als je zo probeert te leven, heeft God je lief, en zal Hij je de kracht ervoor geven om te doen zoals de Samaritaan deed.

God houd van jou, jij ook van Hem?

 

Klik hier voor de kleurplaat die bij dit verhaal hoort
(En vergeet hem niet op te sturen naar ACI-KIDS! )

(Bron: de Bijbel/ Evangeliën)

 

ACI-Kids © is een onderdeel van ACI-web ©