|
|
|
|||
Op een keer kwam een geleerde man bij Jezus en vroeg Hem: "Hoe kan ik in de hemel komen?" Jezus vroeg hem: "Wat staat er in de wet?" De man antwoordde: "Je moet God liefhebben en ook de mensen om je heen." "Dat is een goed antwoord," zei Jezus. Maar de man vroeg verder: "Welke mensen moet ik dan liefhebben?" En Jezus vertelde: Een man reisde van Jeruzalem naar
Jericho. Onderweg werd hij overvallen door rovers. Alles pakten zij van
hem af en sloegen hem bijna dood. Na een poosje kwam er een priester
langs. Hij zag de man liggen, en ging er met een boog omheen. Ook kwam
er een tempeldienaar voorbij, maar doe liet hem ook liggen. Jezus vroeg toen aan de geleerde man: "Wie van de drie had de man lief die was overvallen: de priester, de tempeldienaar of de Samaritaan? " "De Samaritaan,"Zei de geleerde man. Jezus zei tegen Hem: "Ga nu maar naar huis en doe net zoals die Samaritaan."
ACI-Kids © is een onderdeel van ACI-web © |